Droomduiding

IMG_4129Aan het begin van dit milennium raakte ik geboeid door droomsymboliek. De achtergrond hiervan lag in dromen die ik zelf van tijd tot tijd had. Ik was gefascineerd door het feit dat deze beelden een emotionele impact kunnen hebben die zich ruim buiten de slaaptoestand uitstrekt. De vraag die dit opriep was: hoe kan iets dat doorgaans als een (tamelijk) betekenisloos fysisch residu wordt beschouwd, een meetbaar en soms zelfs sterk effect hebben op mijn affecten tijdens de waaktoetstand? Dit lijkt logisch onmogelijk.

De zoektocht naar betekenis bracht me al snel bij het werk van Jung en zijn theorie van de droom als compensatie van bewuste inhouden. Zijn idee is dat de droom de selectieve werking van het bewustzijn balanceert en zo de eenheid in de psyche herstelt. Als voorbeeld: iemand ziet zichzelf als vreedzaam, maar droomt veel over (moeilijk te uiten) boosheid. Ik herken veel in deze theorie en denk dat hij ook heel waardevol is. Maar iets bleef knagen: een deel van mijn dromen paste niet in dit model.

Een aantal jaren geleden kwam ik in aanraking met het werk van een Amerikaanse ‘neo-Jungiaan’, de psycholoog James Hillman (zijn boek The Dream and the Underworld). Zijn kijk op dromen zette de mijne volledig op zijn kop, maar op een manier die mijn blik op het fenomeen enorm verruimde. Hillman draait de ontologie 180 graden om: dromen zijn geen beelden in ons (hoofd), maar wij zijn figuren in de droom. Deze revolutionaire, maar tegelijkertijd hoogst emprische uitspraak ‘klikte’ onmiddellijk, omdat het op enigerlei wijze aansloot bij mijn ongemak over bestaande droomtheorieen, die er allemaal vanuit lijken te gaan (ook Jung’s theorie) dat de droom in verhouding staat tot, of sterker nog een boodschap bevat voor het dagbewustzijn. Die eenzijdige focus op het dagbewustzijn en de ondergeschikte rol van de droomtoestand van het bewustzijn, heb ik altijd vreemd gevonden. Hillman’s theorie roept veel meer vragen op dan ik hier maar in de verste verte kan beantwoorden, maar de meest boeiende implicatie is wel -om zijn omdraaiing te volgen- dat iets heel groots niet in een individu wordt gestopt, maar het individu weer in dat grotere geheel wordt geplaatst.

Hillman laat naar mijn idee zien dat psychologie als vakgebied noodzakelijkerwijs opereert tussen aan de ene kant een ontkenning van het concept psyche (de huidige academische discipline) en aan de andere kant een niet te vermijden metafysica. Jung evolueerde in zijn werk van een persoonlijk en gesloten beeld van de psyche (als iets dat in een individu zit) naar een metafysische benadering. Hillman slaat dat hele proces over en noemt het beestje weer bij de oude naam: de psyche, dat is de ziel. En die is onderdeel van een veel groter geheel, bijvoorbeeld Plato’s wereldziel.

Sinds lange tijd leg ik mijn dromen vast en houd ik me bezig met droomduiding. Ik kan hierbij ook anderen assisteren. Zie voor praktische informatie hierover de pagina Individuele consulten en coaching.